Is onwetendheid een zegen?
De Hávamál, letterlijk vertaald het Lied van de Hoge, wordt door menig Heiden als een heilige tekst gezien. De Hoge in dit lied is Wodan, hierin Odin genoemd vanwege de Noord-Germaanse oorsprong, en is een bonte collectie aan vele wijsheden waarmee een leven kan worden geleefd.
Volgens de overleveringen worden deze teksten gezien als de letterlijke woorden van Odin. Of dat echt klopt is onmogelijk te valideren. Desalniettemin zal ik pogen om deze verzen te duiden en ze in een zo modern mogelijke context te zetten. Daarin maak ik graag gebruik van de Nederlandse versie van de Poëtische Edda, vertaald door Marcel Otten.
Hopelijk heb je er wat aan!

We leven in een tijdperk waarbij informatie alom aanwezig en oproepbaar voor ons is.
Het is daarin niet moeilijk om informatie te verschaffen over van-alles-en-nogwat!
Ter illustratie van deze weelde aan kennis heb ik drie willekeurige onderwerpen op Wikipedia gezocht en ben terecht gekomen op een pagina van een Utrechts fort uit de 19e eeuw, een Kroatisch dorpje met minder dan 200 inwoners en een heus geschlacht der weekdieren wat verwant is aan de slak!
Kortom: We hebben het helemaal voor het kiezen met al die informatie. Nou kan dit aardig overweldigend aanvoelen maar tegelijkertijd is het een dagelijkse luxe waar menig voorouder zich gigantisch over zou kunnen opwinden! Ja, al die informatie is een heuze zegen.
Of lijkt dat maar zo?
Wat wijst Wodan?
Over al die kennis en informatie valt heel wat te zeggen natuurlijk en het lijkt erop dat menig mens zich daar al wel eens over heeft uitgesproken. Maar wanneer we gaan kijken in de Hávamál dan zien we een hele interessante opvatting wat betreft een weelde aan kennis en informatie.
Daarin adviseerd Wodan het volgende:
v. 54 | Een gemiddeld verstand moet elk man hebben, nooit moet een man te wijs wezen. Die mensen leven een makkelijk leven, die een beetje van alles weten.
v. 55 | Een gemiddeld verstand moet elk man hebben, nooit moet een man te wijs wezen. Zelden is een verstandig man vrolijk van hart, als hij te veel aan verstand heeft gekregen.
v. 56 | Een gemiddeld verstand moet elk man hebben, nooit moet een man te wijs wezen. Hij die zijn lot niet voorziet, hoeft zijn gemoed niet in zorgen te weven.
Ik ga er doorgaans vanuit dat deze verzen aan elkaar gelinkt zijn vanwege de eerste zin die driemaal herhaalt.
Wat ik hieruit opmaak is dat Wodan adviseerd om maar beter niet te veel te weten en eigenlijk maar ook niet te veel te willen weten. Toen ik dat voor het eerst las kwam dat aardig vreemd over op mij, bijna hypocriet zelfs. Wodan is de God die altijd op zoek is naar meer kennis en daar gigantische offers voor brengt.
Onder andere pleegt hij zelfmoord aan de Wereldboom om de kennis van de runen te verkrijgen, steekt hij zijn eigen oog uit in ruil voor inzicht in de toekomst en stuurt hij zijn raven Huginn en Muninn om de wereld te overzien en informatie aan hem te verschaffen zodra de avond valt!
Kortom: Hij is continu op zoek naar meer kennis en informatie. Hij houdt bijna niet meer op met het verschaffen van nieuwe inzichten. Dus waarom zou juist hij waarschuwen voor exact datgene wat hij continu doet?
Is hij nu werkelijk zo hypocriet?
Of heeft hij juist geleerd wat daar de consequenties van zijn?
En hoe verhoudt zich dat dan tot het moderne informatie tijdperk?
Laten we dat maar eens gaan uitzoeken!

Waarom Wodan altijd zoekt naar meer kennis
In de Völuspá (Nederlands: Het Visioen van de Zieneres), het eerste gedicht van de Poëtische Edda, lezen wij over een Zieneres die verklaart hoe de wereld is geschapen, wat de rol van de Goden daarin was en hoe de wereld zal eindigen. Het is als het ware het gedicht wat de begin en eindkaders van de Noord-Germaanse mythologie uitlegt.
Wat wij daarin heel goed kunnen lezen is hoe het uiteindelijk afloopt met de Schepping en alle wezens die daarbij horen, inclusief de Goden:
v. 51 | Vanuit het zuiden komt Zwart met het kwaad van de takken, als een zon straalt zijn zwaard van krijgshaftige Goden. Klippen kraken elkaar, de onmensen struikelen, helden betreden helweg, de hemel klieft in twee.
v. 52 | Dan wacht de Hoedster een volgend onheil, als Odin de wolf gaat bevechten. De Doder van Grommer meet zich met Zwart – de geliefde van Frig komt dan ten val.
Er staat dus voorspeld dat Odin zal sterven aan het einde der tijden.
De Vader der Wereld zelf het einde niet overleven.
Het is aannemelijk dat zo’n voorspelling angst in hem heeft aangewakkerd en dat hij er dus alles aan zou doen om dat einde te voorkomen. In overeenstemming met zijn rol als Oppergod neemt hij Goddelijke verantwoordelijkheid om wereld te beschermen van dit voorspelde onheil. Wellicht hebben zijn ingrepen in de mensenwereld en zijn streken tegen de reuzen hiermee te maken.
Verder lezen we in de Völuspá dat er voortekenen zouden komen van dit einde der tijden. Het belangrijkste voorteken van die eindtijd is de dood van zijn zoon Balder, waarna de laatste strijd, ookwel Ragnarök genaamd, de wereld zal doen vernietigen. Het speuren naar deze voortekenen zijn voor hem, en voor de gehele Schepping dus, een existentiele kwestie.
Wodan’s eindeloze zoektocht naar meer kennis en wijsheid is dus, in ieder geval deels, geworteld in deze zeer begrijpelijke doodsangst. Een angst om zijn leven, en zijn geliefde Schepping, niet te verliezen aan die chaotische krachten die het wensen te vernietigen. Het voorkomen van deze uitkomst is dan ook datgene wat hem het meest bezighoudt.
Het ironische is echter dat Wodan deze voorspelling van de Zieneres zelf heeft gevraagd. Hij wilde zelf weten hoe het verleden begon en hoe de toekomst zal eindigen. En nadat hij zijn noodlot wist, kon hij – ondanks zijn inspanningen – het lot niet voorkomen. Hij kon het niet verhelpen en hij kon het niet accepteren.
Dat werd zijn ondergang.
En zo leidde zijn nieuwsgierigheid tot zijn onophoudelijke inspanningen om zijn noodlot te voorkomen.
Zou het beter zijn geweest als hij het niet geweten had?
Was het beter geweest als hij niet te wijs wilde worden?
Is het wellicht beter om niet overal antwoord op te willen hebben?
Wellicht begint wijsheid pas wanneer je weet welke vragen je wel en niet wilt stellen…

Wat kunnen wij daarvan leren?
Goed, we hebben dus gelezen over een begin en eindtijd, de rol van de Goden daarin – met name Wodan – en hoe hij omging met de voorspelde eindtijd in dit verhaal. Het komt erop neer dat Wodan zijn eigen dood niet kon accepteren en ook niet kon tegenhouden.
Maar gezien het mythologie is wat gaat over de schepping en over de eindtijd, betekent dat dan dat we binnenkort een gigantische eindstrijd tegemoet gaan op aarde omdat Wodan zijn eigen dood niet kon accepteren? Ikzelf geloof van niet.
De reden waarom ik dat niet geloof is omdat ik de mythologie niet letterlijk neem. Het letterlijk nemen van onze mythologie is niet nodig, niet waar en leidt af van de symbolische boodschappen die de teksten pogen te onthullen.
Het is ook niet heel gangbaar in het moderne Germaanse Heidendom en sommige Heidenen hebben daar, naar mijn mening zeer wijze, kritiek op geuit:
Zodoende heb ik niet de neiging om deze verhalen letterlijk te interpreteren.
Dus hoe interpreteer ik dit verhaal dan wel?
Hoe ik dit verhaal interpreteer is veelzijdig.
Ik zie er onder andere een Godheid in die, doormiddel van dit verhaal, ons iets probeert uit te leggen.
Aannemende dat dit verhaal geïnspireerd is op Wodan ga ik ervan uit dat hij ons iets wijs probeert te maken, precies zoals een eeuwige leeraar dat poogt te doen. Dus de vraag is in feite: Wat probeert hij ons dan wijs te maken met dit verhaal?
Ik geloof dat het deze drie punten zijn:
- Hij maakt ons wijs dat nieuwsgierigheid normaal is
Ik denk dat hij ons probeert te vertellen dat het heel begrijpelijk is om toe te geven aan de eeuwige nieuwsgierigheid die de mensheid bezit. Dat doet hij zelf immers ook: Hij wilt weten hoe het allemaal begon en hoe het allemaal zal eindigen. Deze kennis-dorst zit in hem en zit zodoende ook in ons allemaal. - Hij maakt ons ook wijs dat we bedachtzaam moeten zijn met wat we willen weten
Ik zie een belangrijke waarschuwing voor de mensen uitgebeeld worden over het toegeven aan die kennis-dorst. Hij lijkt ons te waarschuwen over het feit dat er sommige vragen zijn waarop wij als mensen het antwoord liever niet zouden willen weten. Gezien het zijn dood betreft en het verlies van zijn gehele Schepping, ga ik ervan uit dat het vragen omtrent dood en verlies zijn waarop wij doorgaans het antwoord eigenlijk niet moeten willen weten. - Ook maakt hij ons wijs dat we niet alle waarheid even goed aankunnen
Als laatste zie ik een waarschuwing dat als we dan toch doorvragen naar deze kennis, dat we er hoogstwaarschijnlijk niet goed mee zouden kunnen omgaan. Want als Wodan, Hoogste onder de Goden en de Wijste van ons Allemaal al niet goed kon omgaan met zijn eigen dood – wat geeft ons dan het recht om te geloven dat wij mensen dat wel kunnen?
Wat maakt ons nou wijzer dan Wodan?
Exact. Helemaal niets dus!

Een praktische voorbeeldvraag
Stel iemand die maakt een uitvinding!
Met deze uitvinding kom je te weten wanneer je sterft en wanneer jouw geliefden zullen sterven. Het maakt gebruik van de nieuwste medische inzichten, technologische vooruitgangen en methodische verbeteringen om de meest aannemelijke voorspelling over jouw dood en dat van jouw geliefden te maken.
Zou jij willen weten wanneer jouw dag van sterven zal komen?
Zou jij willen weten wanneer je geliefden komen te overlijden?
Misschien wel. Misschien krijg jij te horen dat jij, en al je geliefden, met gemak de 100 jaar zullen behalen en een gezond, rijk en succesvol leven zullen krijgen. Dat zou natuurlijk heel mooi kunnen zijn! Misschien hoop je daar ook op en ben je verleid om de vragen te stellen en de antwoorden te willen vinden.
Maar wat nou als deze uitvinding voorspeld dat je kind komende donderdag zal overlijden omdat deze wordt doodgereden? Wat nou als je te horen krijgt dat je geliefde partner ernstig ziek gaat worden en met veel pijn in het lijf komt te overlijden? Wat nou als jij te horen krijgt dat de kans dat jij oud wordt erg klein is?
Zou jij werkelijk kunnen leven met die kennis in je hart?
Zou jij nog ergens de rust kunnen vinden wanneer jij dit soort antwoorden hebt kunnen vinden?
Zou jij nog alledaagse normale keuzes kunnen maken wetende dat je einde, of het einde van je geliefden, nadert?
Of zou jij toegeven aan de geleerde waarheid en leven alsof er geen morgen meer komt?
Met alle gevolgen van dien?
Hoe zou je leven er dan uit gaan zien?
Ergens vraag ik mij af of zij die in de gezondheidzorg werken vaker met deze vragen worden geconfronteerd dan anderen.
Hoe denk ik erover?
Ik denk erover dat jij, net zoals ik, bezeten zullen worden door deze onbegrijpelijke antwoorden.
Zelfs al zijn de antwoorden mild, de kennis ervan zal ons ongetwijfeld gaan beinvloeden – al is het maar op kleine manieren.
Bij Wodan hebben we mogen leren wat zulke kennis kan doen in iemand.
Daarbij hebben we mogen zien dat hij als Hoogste God, ondanks zijn inspanningen, zijn lot niet kon vermijden.
Dus waarom zouden wij als mensen dat wel denken te kunnen?

Conclusie
Nu ben ik al eens eerder wezen mijmeren over deze versen en gebaseerd op die versen en op Odin’s gedrag na de onthulling van zijn lot, kunnen we aannemen dat er antwoorden te vinden zijn op vragen die wij maar beter niet kunnen stellen.
Want het weten van deze antwoorden stelt ons niet in staat om er iets aan te kunnen veranderen. Desondanks houden we er ons toch helemaal mee bezig vanwege de indruk die deze antwoorden maken op onze geest.
De dood wordt in Völuspá in de context van Odin en zijn Schepping belicht. Als Schepper is het logisch dat zijn Schepping met hem sterft, al dan niet heldhaftig strijdende voor dat wat goed is. Maar er zijn wellicht nog veel meer vragen waarop wij het antwoord liever niet zouden willen weten vanwege de indruk die deze antwoorden maken op ons.
Weten welke vragen je niet wilt stellen is daarin misschien wel net zo belangrijk als weten welke vragen je wel wilt stellen.
Hoe dan ook, lijkt het erop alsof Wodan ons aangeeft dat er niks mis mee is om een gemiddeld verstand te hebben.
Want zij leven een gemakkelijk leven, die van alles een beetje weten.
Maar laat hen nooit te veel weten, want zelden worden zij dan vrolijk van hart.
Wellicht beter is het om je lot niet te weten, zodoende hoef je het gemoed niet in zorgen te weven.
Heil aan Wodan – Hij die met deze wijsheid tot ons kwam!
Heil aan de lezer – die het nu tot zich nam!
