Helderheid van de Hávamál – V

Over vlekken & deugden

De Hávamál, letterlijk vertaald het Lied van de Hoge, wordt door menig Heiden als een heilige tekst gezien. De Hoge in dit lied is Wodan, hierin Odin genoemd vanwege de Noord-Germaanse oorsprong, en is een bonte collectie aan vele wijsheden waarmee een leven kan worden geleefd.

Volgens de overleveringen worden deze teksten gezien als de letterlijke woorden van Odin. Of dat echt klopt is onmogelijk te valideren. Desalniettemin zal ik pogen om deze verzen te duiden en ze in een zo modern mogelijke context te zetten.

Hopelijk heb je er wat aan!

In dit blog wil ik stil staan bij een twee-tal versen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het legt namelijk iets bloot wat we idealiter niet vergeten en wellicht iets is wat ieder met enige regelmaat op zou moeten reflecteren.

Die versen gaan als volgt:

Wie is Loddfafnir?
In deze vers wordt een zekere Loddfafnir aangesproken. In de Hávamál lijkt hij een rol te spelen van gast die in de Hal van de Hoge – Walhalla vermoedelijk – terechtkomt waarin hij raad ontvangt. Er wordt hem vele dingen onderwezen, waaronder ethiek.

De versen hierboven adviseren onze geëerde gast om met vreemden nooit de spot te drijven wanneer ze binnenkomen. Omwille van de onwetendheid van zij die al binnen zitten is het dan niet te voorspellen hoe ze met nieuwkomers omgaan. Het kan maar zo zijn dat iemand de nieuwkomer niet mag en zodoende zichzelf gemeen opstelt tegen die ander.

Dat zal natuurlijk de hele sfeer verpesten en in de Germaanse hallen heb je dat natuurlijk liever niet op je geweten.

Daarom wordt Loddfafnir dus geadviseerd om goed met zijn nieuw aangekomen gasten om te gaan. Daarin wordt hij geacht om zijn gasten als het ware in bescherming te nemen door ze goed te behandelen. Als sfeerbepaler in zijn hal zal hij dan het goede voorbeeld geven en de rest zal in zijn gezelschap geneigd zijn het voorbeeld te volgen.

Wat betekenen deze verzen?
Dit advies is per definitie al best goed, maar deze keer lijkt de Hoge ons een onderbouwing te geven over waarom dat dan goed is. Op zichzelf is dat al bijzonder, omdat hij dat niet in elke vers doet. Meestal moeten we er namelijk zelf achter komen.

Maar in dit geval laat hij ons weten waarom deze behandeling voor gasten goed is om te doen en ik vind het een les in nederigheid die het reflecteren waard is:

Hij vertelt ons namelijk heel duidelijk dat ieder mens, ongeacht wie het is, of wat ze hebben gezegd, of wat ze hebben gedaan, of hoe ze eruit zien, of hoe er over hen gedacht wordt, of hoe ze zich voelen, of wat ze dan ook willen in hun mensenleven, noch zonder vlekken zitten, noch nergens toe deugen.

Daar zou ik graag verder over willen reflecteren.
Want ik vind het één van de zwaarste versen uit het boek.

Over moraliteit, zwart en wit

Het is mij opgevallen dat we in onze cultuur geneigd zijn om te geloven in een scheidingslijn tussen goed en kwaad. Over gedragingen, overtuigingen en handelingen die gewenst zijn en welke dat niet zijn. Nu heeft elke cultuur dat natuurlijk in zich, moraliteit is gelukkig van alle plaatsen en tijden.

Maar in onze cultuur merk ik een neiging naar een zwart-wit denken, waarin alles wat niet in ons straatje zit vaak veroordeeld wordt met de groots mogelijke woorden terwijl wat daar wel in zit als het allerhoogst mogelijke wordt gezien.

Vaak hebben we ook nog eens een (soms niet zo) stille overtuiging dat hoe wij op morele wijze naar de wereld kijken eigenlijk is hoe iedereen naar de wereld zou moeten kijken. Één wijze waarop het in de hedendaagse tijden naar voren komt is in onze politieke polarisatie.

In hedendaagse gesprekken merk ik nogal vaak dat onderwerpen, ideeën en personen vaak al heel snel als “fascistisch” of als “woke” worden afgekeurd. Dat omwille van onenigheid met de eigen morele en politieke voorkeur er in de woordenschat regelrecht wordt afgerekend met de ideeën, personen en onderwerpen in kwestie.

Daarin bemerk ik een soort echo van deze harde zwart-wit lijn die binnen in ons morele denken snel naar boven komt. In deze gesprekken zie ik veel veroordelingen van de ander, drijven we zodoende de spot met elkaar en zetten we elkaar masaal te kijk.

Dit lijkt mij nogal te stroken met de wijze raad die onze Loddfafnir hierboven verkregen heeft, denk je niet?
Ik kan het mij voorstellen dat we in de Germaanse hallen op deze manier elkaar niet zo lang heel zouden laten.

Dat zou in zichzelf al stof tot nadenken kunnen zijn, lijkt mij.

Over vlekkenloosheid en deugdeloosheid

De Heer van Walhalla geeft ons de wijsheid dat niemand van ons zonder vlekken leeft, en niemand van ons nergens toe deugt. Dat betekent dus dat het tegenovergestelde ook waar is, dat iedereen altijd wel wat vlekken met zich mee draagt maar dat tegelijkertijd iedereen altijd wel op z’n minst ergens toe deugt.

Op zich is dat een hele geruststellende gedachte wanneer je bijvoorbeeld twijfelt over je zelfbeeld. Wellicht draag je vele vlekken bij je, vlekken zoals alcohol verslaving, gedragsproblematiek of een zwaar verleden.

Wellicht heb je vroeger veel te maken gehad met criminaliteit, heb je geweld gebruikt tegen mensen om je heen of heb je andere soorten misdaden gepleegd. Of misschien heb jij de mensen om je heen lang niet altijd vriendelijk behandeld, wordt je snel boos of stoot je mensen van je af.

Anderzijds kan het ook zijn dat jij juist heel erg druk bekommert om anderen, dat je veel vrijwilligerswerk doet of je inzet voor maatschappelijk belangrijke zaken. Wellicht heb jij geleefd alsof je continu meer om een ander geeft dan om jezelf, ongeacht context. Met een plaat voor je kop draaf je op die manier maar door!

In beide gevallen zou ik willen adviseren om voor jezelf eens na te denken wat deze verzen precies met je doen. Dat hoeft niet complex te zijn, als het maar eerlijk is.


Mijn kijk op deze verzen

Wat voor mij deze verzen zo enorm zwaar maken is dat dit een wijsheid is wat universeel geldt voor alle mensen op aarde. Alle mensen die geleefd hebben, die nu leven en die nog gaan leven.

Bedenk je eens iemand die over het algemeen wel bekend staat als iemand die in zijn leven veel fouten heeft gemaakt. Misschien is het iemand in jouw eigen verleden, of iemand die beroemd is.

Neem bijvoorbeeld Steve Jobs, oprichter van Apple.
Steve stond bekend om zijn hardheid, manipulatief gedrag, ronduite arrogantie en gemene instelling tegen zijn collega’s. Daarnaast had hij een aantal vreemde gewoontes, zoals het ondergaan van een fruit-dieet wat negatieve effecten had op zijn lichaam.

Echter, was hij tegelijkertijd ook een visionair met een enorme invloed op technologische ontwikkeling. Als je dit nu op je smartphone leest dan kan je er donder op zeggen dat jouw smartphone ontwerp deels van zijn iPhone ontwerp is afgeleid.

Hier zie je hoe een persoon met veel vlekken in z’n leven toch nog ergens in kan deugen.

Echter is het tegengestelde is dan natuurlijk ook weer waar.

Één iemand die bijvoorbeeld positief word beoordeeld door mijn cultuur is Albert Einstein. Hij is de grondlegger van de relativiteits-theorie, groot physicus, wetenschapper en gaf les aan Amerikanen van kleur in een tijd van raciale segegratie. Allemaal deugdzame facetten die het bewonderen waard zijn!

Hij heeft ook bijgedragen aan het bouwen van de atoombom. Een uitvinding dat heeft geleid tot ongeloofelijke schade in de Tweede Wereldoorlog, essentieel was voor de voortgang van de Koude Oorlog en tot op de dag van vandaag nog een dreiging vormt voor het voortbestaan van de mensheid.

Dat is een serieuze vlek op zijn verleden wat ongeacht zijn deugdzame prestaties eigenlijk niet vergeten mag worden, noch waar hij helemaal op mag worden afgekeurd.

Dus ja, ook daar zie je diezelfde wijsheid weer in terugkomen.
Ook mensen met deugden hebben dus vlekken in hun verleden, daar ontkomt men eigenlijk niet aan.

Tot slot

Zodoende hoop ik dat ik deze verzen heb kunnen duiden voor je en dat je het leerzaam vond! Ikzelf vindt deze verzen vooral confronterend. Confronterend met datgene wat in ons allemaal zit, zowel het goede als het slechte.

Gezien we tot beide tot in staat zijn poog ik zo min mogelijk vlekken in mijn leven achter te laten, ook al begrijp ik dat dit waarschijnlijk niet volledig mogelijk is.

In de tussentijd probeer ik men niet volledig af te keuren of volledig goed te keuren. Gezien we allemaal ergens toe deugen en allemaal vlekken hebben in ons verleden lijkt mij dat de meest realistische instelling. Ook al is dat lang niet altijd even makkelijk, lijkt mij deze gebalanceerde instelling het meest realistisch.

En wellichtt als we dat allemaal zouden doen, dan zouden we heel wat minder mensen te kijk zetten, hetzij gast, hetzij zwerver.

En allemaal welkom zijn in Loddfafnir’s hal!