Jij mag er wezen!
De Hávamál, letterlijk vertaald het Lied van de Hoge, wordt door menig Heiden als een heilige tekst gezien. De Hoge in dit lied is Wodan, hierin Odin genoemd vanwege de Noord-Germaanse oorsprong, en is een bonte collectie aan vele wijsheden waarmee een leven kan worden geleefd.
Volgens de overleveringen worden deze teksten gezien als de letterlijke woorden van Odin. Of dat echt klopt is onmogelijk te valideren. Desalniettemin zal ik pogen om deze verzen te duiden en ze in een zo modern mogelijke context te zetten.
Hopelijk heb je er wat aan!

In dit blog staat eventjes centraal een belangrijk – doch blijkend minder belicht – onderdeel van de Germaanse Heidense begrippen. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom het niet zo belicht lijkt te worden, maar het is eigenlijk fundamenteel aan hoe je nuchter en nuttig in het leven kan staan als Heiden.
Laten we beginnen met deze verzen:
v. 69 | Men is niet verloren al is de gezondheid niet best. Sommigen zijn gezegend met zonen, sommigen zijn gezegend met verwanten of met genoeg geld. Sommigen vergaat het goed door hard werken.
v.70 | Beter te leven dan welvarend te leven, nog altijd krijgt de levende de koe. Voor een rijk man zag ik een vuur branden terwijl de dood buiten zijn deur stond.
v. 71 | Een lamme kan paardrijden, met één hand hoed je de kudde. Een dove kan vechten en standhouden. Beter blind dan te worden verbrand. Aan een lijk heeft niemand behoefte.
Wat ik hieruit opmaak is dat Wodan lijkt aan te geven dat een mensenleven altijd wel wat waard is. Een mensenleven dat zelfs wordt getergd door gezondheidsproblemen, armoede of beperkingen – aangeboren of aangedaan – is ook altijd wat waard, aldus deze verzen van hem.
Hij lijkt echter niet zozeer aan te geven waarom dat precies is – zoals hij zoveel zaken lijkt te verhullen in raadsel en mysterie. Hem kennende is het iets te waar wij zelf achter moeten komen, zodat we het beter zouden begrijpen dan als het ons gewoon verteld wordt.
Daarom zou ik in dit blog dat idee van inherente menswaardigheid willen pogen te duiden vanuit een Germaans Heidens perspectief zoals ik het Heidendom heb leren zien en leren begrijpen.
Laten we samen eens kijken of we één van Alvaders mysteries kunnen ontrafelen!

In het Web van Wyrd
In mijn vorige blogpost heb ik gepoogd om het nauwelijks bevatbare concept van het Web van Wyrd te doen duiden vanuit verschillende invalshoeken. In een notendop is het Web van Wyrd de conceptualisatie van alles dat is en invloed op elkaar heeft – te zien als een web van personen, dingen en gebeurtenissen.
Wij mensen bevinden ons in dat web als de individuen die wij zijn. Binnen in dat uitstrekkende web hebben wij invloed op alle andere individuen om ons heen, zowel menselijk als niet-menselijk.
Ook hebben wij daarin altijd relaties met elkaar. Met onze buren, met onze dorpsgenoten, met onze landgenoten en met de mensheid als geheel. Ookal zien we dat steeds minder tegenwoordig, leven we vaak nog wel naast elkaar en dus – eigenlijk nog – ook met elkaar.
Maar er is iets bijzonders aan de hand met dat Web van Wyrd.
Want ondanks dat wij mensen daar wel invloed op hebben, als indivdu maar ook als groep, hebben wij niet enorm veel invloed op dat Web. Onze invloed is gelimiteerd door ons menswezen.
Wij bepalen namelijk niet wanneer wij in het Web tevoorschijn komen en bepalen meestal ook niet wanneer wij het Web weer verlaten. Noch bepalen wij wat er in dat Web gebeurd met ons, enkel hoe wij daarop reageren.
Dit neigt er naar dat er machten bestaan die dat wel bepalen. Die gaan over mensenlevens en soms ook over mensensterftes. Machten die buiten ons staan en boven ons staan. Machten die met een hogere mate van invloed hun stempel drukken op dat uitvouwende Web.
Dit zijn dan machten die hebben bepaald dat jij hier en nu in het Web mag bestaan.
Dat jij hier en nu deze blogpost mag lezen, dat jij hier en nu jouw eigen invloed mag uitoefenen in dat uitvouwende Web.
Daarom geloof ik dat jij dat waarschijnlijk niet zou mogen doen zonder een goede reden. Daarom geloof ik ook dat jouw hele leven, en dus je hele bestaan in het Web, met een goede reden is bepaald – en daarom dus per definitie heel wat waard is.
Ik ben gaan geloven dat deze machten die Goden zijn waarover al zo lang wordt gesproken. Het lijkt er naar mijn mening op dat zij in hoge mate bepalen wie er op dat Web komt, waar we terechtkomen en wanneer we onze intrede maken, en zelfs waarom we überhaupt het Web op komen.
Nou hebben niet alle Goden invloed over leven en dood, maar sommige wel.
Deze “scheppers” Goden kom je veel tegen in mythologieën van vele culturen over de hele wereld.
Dus mijn vraag is: Wat kunnen wij daarvan zien in de Germaanse Mythologie?

Door Goden gegeven
Om het even verder op Germaanse wijze te kunnen duiden zou ik willen stilstaan bij de Germaanse scheppingsmythe. In de Noord-Germaanse mythologie wordt die schepping opgetekend in Völuspá.
Dat wordt vaak vertaald als “Het Visioen van de Zieneres” en duidt erop dat een vrouwelijk geestelijke dit visioen zou hebben gehad.
Daarin staat opgetekent hoe de wereld tot stand is gekomen en waarvanuit die is ontstaan. Het stelt de schepping van de kosmos voor, het plaatsen van de hemellichamen en het ordenen van de tijd.
Ook wordt daarin vermeldt hoe de mens is ontstaan:
v .17 | Toen maakten er drie zich los van de groep, machtig en zacht kwamen de Asen bij een huis. Op het strand vonden ze krachteloos en slap, Ask & Embla […Es & Iep…] onbepaald was hun lot.
v .18 | Ze hadden geen adem, ze hadden geen geest, haren noch stem, geen fraaie gelaatstrekken. Odin gaf ze adem, Hoenir een geest, Lodur gaf ze haren en hun gelaatstrekken.
Wat de versen hierboven mij doen suggereren is dat de Goden invloed hebben gehad op de schepping van de mens. Wellicht dat ze nog steeds invloed hebben in het scheppen van mensen.In hoeverre dat precies in zijn gang gaat kan ik niet met zekerheid stellen.
Daar kan ik enkel naar gissen.
Persoonlijk ben ik niet zo van het letterlijk nemen van mythologieën – omdat deze letterlijke interpretaties nooit kloppen met de werkelijkheid en hun symbolische waarde soms wordt genegeerd daardoor. Daarom poog ik de verzen hierboven, en eigenlijk alle mythologieën, symbolisch en indicatief te interpreteren.
Ze lijken iets te suggereren over zaken in ons leven en het is aan ons om die mythes te kunnen duiden met de kennis en wijsheid van nu.
Maar mytho-technische zaken erbuiten gelaten kunnen we wel het volgende beamen:
De Goden hebben het geschenk van het leven gegeven aan de mensen.
Dat is wat de verzen hierboven sterk suggereren.
Vanuit Germaans perspectief is het dus dat we van Odin het geschenk van de adem hebben gekregen, de eerste levensadem die een klein kind tot zich neemt na de geboorte en die het hele leven in gang zet is daarin het geschenk van de Alvader zelf. Van Hodur ontvingen wij onze geest en alles wat daarin van waarde is. Lodur gaf ons uiteindelijk ons uiterlijk.
Zo is de mens uit hout gesneden.
Van de natuur gekomen om zich met Goddelijke geschenken over het Web te bewegen.
Interessant detail over Odin, in die vers – is dat hij het is die dat geschenk van leven aan ons gaf. Het doet suggereren dat hij één van de Goden is die de macht heeft over het leven, en ook over de dood. In de Germaanse mythologie speelt hij nog wel eens vaker rollen die dat beamen.
Wodans vele, vele bijnamen zetten dat idee alleen maar meer kracht bij.
Deze Goden, deze machten hoger dan wij, geven deze geschenken niet zonder reden. Niet zonder een Goddelijk-waardige bedoeling. Daarin blijkt het de bedoeling te zijn dat we er zijn.
Tot welk doel is mij niet duidelijk en ik geloof dat het per individu kan verschillen. De enige grootste gemene deler die ik hieruit kan halen is dat we er mogen zijn.
Dat is in zichzelf eigenlijk al heel wat waard, denk je niet?

Mijn conclusie
Wat ik hieruit opmaak is dat wij geschapen zijn door de Goden in samenspraak met natuurlijke wetten en zodoende in het grote Web van Wyrd terecht zijn gekomen om ons lot te ontdekken, in te vullen en uit te voeren.
Hoe dat allemaal precies in gang is gegaan kan ik je niet vertellen, mythes zijn en blijven op indicatieve wijze poetische verhullingen van absolute waarheden. Voor mensen zijn ze maar half te begrijpen, net zoals het grote mysterie maar half te begrijpen is.
Maar wat ik je wel kan vertellen is dat ik geloof dat zij geloven dat wij het waard zijn.
Ookal is onze gezondheid niet best, ookal lijden we in armoede of worden we door ons lijf beperkt. Zij hebben ons hier neergezet, door hen mochten wij bestaan. Dat mag in zichzelf al wel voldoende zijn.
Dat wat was, mocht er wezen.
Dat wat komt, mag er komen.
Dat wat is, mag er zijn.
Jij bent er, dus jij mag er wezen.
Dankjewel, dat je er bent!
